Als Winst de Dokter Speelt
Over medicijnen, wantrouwen, kunstmatige intelligentie en de ongemakkelijke vraag: wie verdient er eigenlijk aan hoop?
Sommige mensen haten de farmaceutische industrie niet omdat ze tegen genezing zijn.
Ze haten het idee dat ziekte een businessmodel is geworden.
En eerlijk: ik begrijp dat.
Niet omdat medicijnen, artsen slecht zijn of wetenschap slecht is.
Integendeel.
Geneeskunde is één van de mooiste dingen die de mens ooit heeft gebouwd.
Maar ergens onderweg is iets gaan schuiven.
werd data.
werd investering.
werd markt.
En precies daar begint het wantrouwen.
Niet bij de pil. Niet bij het ziekenhuis. Niet bij de wetenschapper die jarenlang zoekt naar een behandeling. Maar bij het systeem eromheen.
Een systeem waarin gezondheid soms minder voelt als een mensenrecht en meer als een productlijn.
Een patiënt die beter wordt, verdwijnt uit het systeem. Een patiënt die blijft terugkomen, blijft omzet.
Dit is waarom zoveel mensen boos worden zodra het over de farmaceutische industrie gaat.
Niet omdat de farmaceutische industrie tegen genezing is, maar omdat ze bang zijn dat genezing niet altijd het meest winstgevende eindpunt is.
En dan komt AI binnen.
Met grote woorden. Grote beloftes. Grote investeringen.
AI gaat kanker begrijpen. AI gaat zeldzame ziektes analyseren. AI gaat medicijnen sneller ontdekken. AI gaat de toekomst van gezondheidszorg worden.
Misschien.
Maar ik vind het ook gevaarlijk naïef.
Want als je AI inzet in een systeem dat al draait om patenten, marktmacht, exclusiviteit en winst, dan moet je niet verbaasd zijn als AI vooral dat systeem sneller maakt.
onderzoek.
patent.
verdienmodel.
Maar sneller is niet automatisch menselijker.
En slimmer is niet automatisch eerlijker.
AI heeft geen geweten. AI optimaliseert wat je het vraagt te optimaliseren.
Als het systeem vraagt om winst, maakt AI winst efficiënter.
Als het systeem vraagt om controle, maakt AI controle efficiënter.
Als het systeem vraagt om behandelbare markten, maakt AI behandelbare markten efficiënter.
Daarom vind ik het dom wanneer mensen doen alsof AI automatisch een redding is.
AI kan helpen. Natuurlijk.
Maar AI gaat niet vanzelf zorgen dat een medicijn betaalbaar wordt. AI gaat niet vanzelf zorgen dat macht eerlijk verdeeld wordt. AI gaat niet vanzelf zorgen dat patiënten belangrijker worden dan aandeelhouders.
De echte vraag.
De echte vraag is niet of AI ongeneeslijke ziektes kan bestrijden.
De echte vraag is:
Als AI iets ontdekt, wie profiteert er dan?
De patiënt?
De samenleving?
Of vooral het bedrijf dat het patent bezit?
Daar zit de pijn.
Want zolang ziekte een verdienmodel blijft, voelt elke technologische doorbraak dubbel.
Aan de ene kant hoop.
Aan de andere kant wantrouwen.
Ik ben niet tegen wetenschap.
Ik ben niet tegen medicijnen.
Ik ben niet tegen onderzoekers.
Ik ben ook niet tegen AI.
Ik ben tegen het verkopen van hoop alsof het een abonnement is.
Ik ben tegen een wereld waarin genezing afhankelijk wordt van wat rendabel is.
Ik ben tegen AI als glimmende machine bovenop een systeem dat eerst menselijker had moeten worden.
Als we echt ongeneeslijke ziektes willen bestrijden, hebben we niet alleen betere technologie nodig.
We hebben een beter moreel systeem nodig.
Veel plantaardige oplossingen bestaan al lang, maar worden structureel verdrukt door een winstgericht systeem dat vooral kijkt naar financiële opbrengst.
Omdat deze natuurlijke middelen vaak overvloedig en vrijwel “gratis” door de natuur worden aangeboden, leveren ze simpelweg niet genoeg winst op om binnen dat systeem serieus genomen te worden.
Tegelijkertijd is chronische stress een van de grootste oorzaken van moderne ziektes, en juist datzelfde systeem: met zijn constante trends, prestatiedruk en eindeloze verwachtingen — werkt stress actief in de hand.
Daardoor ontstaat een vicieuze cirkel waarin zowel onze gezondheid als natuurlijke, duurzame oplossingen onder druk komen te staan.







Geef een reactie