Verboden pesticiden in rijst, thee en kruiden: de gifboemerang
Foodwatch liet 64 producten in vier landen testen op resten van bestrijdingsmiddelen.
In Nederlandse supermarkten werden onder andere in paprikapoeder, chili, komijn, thee en rijst
resten gevonden van pesticiden die in de EU verboden zijn.
Dat is al zorgwekkend genoeg.
Maar de reacties maken het misschien nog pijnlijker.
Albert Heijn en Jumbo reageerden, en ook Verstegen: producent van het meest besmette product: paprikapoeder. Plaatste een statement waarin vooral werd benadrukt dat het bedrijf aan de wet voldoet.
Dan wil je verantwoordelijkheid, actie en transparantie.
Tegelijkertijd neem ik dit Albert Heijn en Jumbo ook niet volledig kwalijk.
Supermarkten hebben veel macht, maar ze hebben niet over elke schakel in de internationale voedselketen volledige controle.
Producten zoals kruiden, thee en rijst komen vaak uit complexe importketens waar teelt, verwerking, opslag en controle over meerdere landen verspreid zijn.
Daarbij: ook grote supermarkten staan onder enorme concurrentie druk.
De marges op basislevensmiddelen zijn vaak scherp, en de concurrentie van goedkopere supermarkten zoals
Aldi en Lidl dwingt de hele markt om continu op prijs te letten.
Dat maakt het probleem niet minder ernstig, maar het laat wel zien dat dit groter is dan één supermarktketen of één leverancier.
Tegelijkertijd begrijp ik ook dat de manier waarop zulke onderzoeken naar buiten worden gebracht soms erg hard en agressief kan overkomen. Daardoor schieten bedrijven zoals Albert Heijn, Jumbo of Verstegen waarschijnlijk direct in de verdediging, terwijl we eigenlijk juist een volwassen gesprek nodig hebben over structurele oplossingen.
Dit gaat niet alleen over kruiden, thee of rijst.
Dit gaat over een systeem waarin middelen die hier verboden zijn,
via internationale ketens toch weer terug kunnen komen op ons bord. Foodwatch noemt dat terecht een
gifboemerang.
En dan wordt het nog absurder: collega’s van Foodwatch Oostenrijk kregen direct een aanklacht van een betrokken
levensmiddelenmerk.
Zulke SLAPP-rechtszaken zijn bedoeld om kritische organisaties financieel en mentaal
uit te putten, zodat misstanden minder snel openbaar worden gemaakt.
Dat is niet alleen teleurstellend. Dat is absurd.
Je zou er bijna cynisch van worden:
“Gelukkig rook ik natuurlijke tabak, dus mijn lichaam heeft al genoeg training gehad.”
Maar precies daar zit het probleem.
We normaliseren te makkelijk dat ons lichaam telkens weer kleine hoeveelheden
schadelijke stoffen moet verwerken.
Uit rook,
uit lucht,
uit voeding.
Gezondheid zou geen wedstrijd moeten zijn in wie het meeste kan verdragen.
Gewoon eten zou gewoon veilig moeten voelen.
En organisaties die misstanden onderzoeken, zouden beschermd moeten worden.
Niet juridisch onder druk gezet.
Daarom is dit onderzoek belangrijk. Niet om mensen bang te maken, maar om zichtbaar te maken waar het systeem schuurt.
Transparantie, controle en kritische journalistiek zijn geen luxe.
Ze zijn noodzakelijk.
Niet door supermarkten simpelweg aan te vallen, maar door Europese supermarkten — inclusief Albert Heijn, Jumbo, Aldi, Lidl en Jan Linders — te laten samenwerken rond strengere kwaliteitsnormen, transparantere ketens en gezamenlijke Europese productie.
We zouden bepaalde basislevensmiddelen veel meer binnen Europa kunnen verbouwen met behulp van
vertical farming.
Denk aan gecontroleerde teeltomgevingen waarin kruiden, groente en fruit lokaal worden geproduceerd,
met minder afhankelijkheid van lange importketens en veel meer zicht op welke stoffen wel of niet worden gebruikt.
Ik heb hier eerder al eens een bredere visie over gehad:
Europese serverparken waarin we data van Europese bedrijven en smartphonegebruikers veilig bewaren,
eventueel in samenwerking met Amerika, terwijl de warmte die deze serverparken opwekken opnieuw wordt ingezet.
Die restwarmte zou gebruikt kunnen worden voor vertical farming in eigen gebied.
Daarmee kun je kruiden, groente en fruit verbouwen onder gecontroleerde omstandigheden,
terwijl je tegelijk de energie die normaal verloren gaat nuttig inzet.
Zo verlaag je energiekosten, gebruik je infrastructuur slimmer en bouw je aan een systeem waarin data, voedselproductie en energievoorziening elkaar versterken in plaats van los van elkaar te bestaan.
Dit zou een aanpak kunnen zijn om meer controle op kwaliteit, gifstoffen en gezondheid te behouden voor alle Europese supermarkten.
Of dit de perfecte oplossing is, weet ik niet. Misschien niet. Maar het is in ieder geval een richting waarin we minder afhankelijk worden van ondoorzichtige ketens
en meer verantwoordelijkheid nemen voor de gezondheid van het volk.
De kern is simpel:
Foodwatch moet kritisch kunnen blijven.
Supermarkten moeten verantwoordelijkheid nemen.
Maar Europa moet vooral slimmer gaan nadenken over voedsel en energie.
Want als we alles blijven uitbesteden aan onzichtbare ketens, moeten we ook niet verbaasd zijn wanneer de gifboemerang weer terugkomt.








Geef een reactie